woensdag 3 juni 2009

terug in Mbujimayi

De laatste keer dat ik jullie schreef zat ik nog met een trui aan in Lubumbashi. Nu ben ik weer onder de zon van Mbujimayi en ik was snel gewoon aan een temperatuur van 37 graden. Maar ik loop vooruit op de feiten. Om ook eens een andere stad dan Lubumbashi te zien ben ik samen met Gustave zijn vrienden in Kolwezi gaan bezoeken. Een andere 'grootstad' in Katanga. Zoals zovele steden hier in Congo hebben ze meer het uitzicht van een dorp in Europa maar hun inwonersaantal leunt sterk aan bij de grote steden en loopt gemakkkelijk in de miljoenen. Om in Kolwezi te geraken vanuit Lubumbashi neem je een van de chicken-bussen (zo genoemd omdat er altijd wel iemand zijn pluimvee mee de bus op pakt). Lekker op elkaar gepakt ben je goed voor een rit van 5 uur over eerst een asfaltweg die mij verbaasde door de relatief goede staat en daarna een zandweg die de bus doet vullen met een irritante stofwolk. Voor de veiligheid zorgen een aantal zwaar bewapende agenten (of ze kogels hebben is een andere zaak) die genoodzaakt zijn om de hele rit recht te blijven staan.

Om mijn verhaal wat op te vrolijken zal ik het doen aan de hand van enkele foto's:

Dit beeld typeert voor mij Congo.Het is het zwembad van de club voor het sjiek volk van Kolwezi. Ooit moet het hier prachtig vertoeven geweest zijn, maar nu is het vergane glorie. Niet enkel het zwembad is al jaren niet meer in gebruik, maar ook de sporttereinnen liggen er verwaarloosd bij. Het paradijs brokkelt stilaan af en er is niemand die zich om onderhoud of behoud bekommert.

Een alledaags beeld in de dorpen en steden in Belgie maar hier in Congo was het de eerste speeltuin die ik ben tegengekomen. Enhet leek er op dat de meeste toestellen nog konden gebruikt worden voor de functie dat ze oorspronkelijk bedoeld waren.
Een van de hoofdwegen in Kolwezi met middenberm en al. Die dient niet om het verkeer te scheiden maar meer als rustplaats voor overstekende voetgangers.
Ook al is Kolwezi beter ontwikkeld als stad dan Mbujimayi, het beeld bij valavond verschilt nauwelijks. De stofwolken die door het droogseizoen oprijzen doen iedereen improviseren voor stofmaskers.
Congo zoals ik het gewoon ben. Zelfs de ochtendzon brand en de straat is de vuilbak.


Dit was het beeld van afrika dat ik had voor ik hier voet aan grond had gezet.


Overdag zijn broer en zus goed voor een lekkere portie ruzie, maar 's avonds is alles vergeten.


Eden die zijn dagelijks bad dik tegen zijn goesting neemt.


In een beenhouwer in Lubumbashi was ik gefascineerd door de prijskaartjes. Voor velen uit mijn regio zeker geen onbekende naam ;-)


Na 3 weken geweldig gastvrij ontvangen te zijn was het afscheid aangebroken.

Dit is de eerste trein die na bijna 4 maanden staking het binnenland voorziet van reizigers. Van Lubumbashi tot in Kamina was de spoorweg voorzien van electriciteit, nadien werden we voortgetrokken door een diesel locomotief.


Het landschap in Katanga wordt vaak 'verstoord' door mijnsites. Het is dan ook een regio die geweldig rijk is aan de verschillende waardevolle ertsen.


Bij gebrek aan gordijnen in mijn compartiment werd ik elke ochten gewekt door de opkomende zon. Maar als ze zich aanbied met een prachtig landschap, dan heb ik er niets op tegen natuurlijk!


Elk station, klein of groot, dat we onderweg tegenkwamen werd als stopplaats aangedaan. Zoals het er op deze foto bij ligt, zie je het slechts voor 5 minuten. Daarna stroomt heel het perron vol mensen die alle mogelijke etenswaren aan de man proberen te brengen en vele mensen die op zoek zijn naar suiker en zout. Na 4 maanden staking zijn de meeste dorpen en steden onderweg door hun voorraad heen.


Afscheid van de locomotief op electriciteit in Kamina. Het is trouwens niet de locomotief die ons getrokken heeft vanuit Lubumbashi, die was namelijk niet sterk genoeg. De vervanglocomotief heeft op een bepaald moment de connectie de electriciteitsvoorziening verloren en de 3e had na een halve dag een of ander technisch probleem. Het was dus al de 4e locomotief sinds Lubumbashi. Al die vertragingen stoorden mij niet, want er waren genoeg interessante mensen op de trein om een gesprek mee te voeren: 5 voudig nationaal bokskampioen op pensioen, een zoon van mobutu, een kolonel van nkunda, een ex-kok van de franse ambassadeur, priesters, een van de maitresses van de oude kabilla, soldaten die in het oosten tegen rebellen hebben gevochten, politieke vluchtelingen, een diamantsmokkelaar, wapenhandelaar,en dan nog hopen mensen met een interessant verhaal. Als ik er genoeg van had, dan kon ik me terugtrekken met een goed boek, een jazztrompetist als buur en een prachtig landschap om bij weg te dromen.

Omdat de meeste plaatsen die door de spoorlijn doorkruist worden onbereikbaar zijn voor zwaar materieel, kom je vaak gekantelde wagons tegen onderweg.


Maitre de cuisine Adolf die er alles aan deed om mijn reis zo aangenaam mogelijk te maken. Als je de keuken achter hem ziet, dan is het een wonder welke wonderlijke gerechten hij daaruit kon toveren. Voor hem was het ook een verademing om eens iets anders dan foufou en pondu te bereiden. Iedereen kontent, zo hoort het nietwaar? Zijn volledige naam is Adolf Etheleir, omdat ze bij zijn geboorte Hitler fout hadden geschreven. Die naam had zijn vader hem gegeven om de duitse man waarvoor hij werkte te eren.

De zelfverklaarde sommelier van de keukenploeg. Zijn wijnkelder bestond uit cola, fanta, simba en tembo. Maar hij serveerde ze wel telkens met de glimlach. Zijn bijnaam onder zijn collega's was 'tchik-tchik' wat staat voor de geslachtsdaad. Heel de dag door kon hij het erover hebben dat het toch weeral zo lang geleden was (zeker 2 dagen) met de nodige gebaren. Hij zorgde zo niet alleen voor de dranken, maar ook voor de leut. Als we ergens gestrand waren vloog de tijd voorbij als je in zijn buurt was.



Alvorens je je hoofd uit het venster stak moest je zeker zijn dat er geen planten aankwamen want zoals je kan zien hebben 4 maanden staking de begroeiing to vlak bij de sporen gebracht.

Gewoon een sfeerbeeld.

En nog een.

De locomotief die bezaaid was met extra passagiers.

Voor de eerste keer in mijn leven ontspoort. Omstreeks half 5 's ochtends werden we gewekt door een hels kabaal en de wagons die aan het slingeren gingen, maar gelukkig kwamen we tot stilstand zonder veel erg. Heel mijn wagon verplaatste zich naar het voorste deel van de trein om zo snel mogelijk in Mwenaditu te geraken, maar ik verkoos om te genieten van mijn bed en de ochtend af te wachten. Zo kon ik ook eens zien hoe ze een trein terug op de sporen krijgen. Minder spectaculair dan ik had gedacht, want je kan blijkbaar een trein opkrikken. Maar het dorpjes waar we gestrand waren was zeer gastvrij en de restaurant-wagon was ook ontspoort. Geen probleem dus. Tegen de namiddag waren we terug onderweg voor de laatste 20km.
Sinds Kamina was ik niet meer de enigste buitenlander op de trein. Roland had de trein vervoegd. Hij is een vredespelgrim die al 6 jaar onderweg is om handtekeningen voor zijn vredespetitie te verzamelen. Hij heeft nog 4 jaar te gaan. (voor zij die meer willen weten: www.petitionmondialepourlapaix.org). Op deze foto is hij geflankeerd door Adolf die voor mijn afscheid '500' had laten aanrukken. De lokale likeur op basis van mais en maniok.

Alhoewel de treinreis veel langer heeft geduurd dan gepland heb ik er ontzettend van genoten en ik zou ze zo opnieuw doen. Heel de crew heeft telkens hun uiterste best gedaan om het de passagiers zo aangenaam mogelijk te maken waarvoor mijn oprechte dank!

Toen ik in Mwenaditu was aangekomen was ik snel onderschept door de lokale DGM (migratiedienst). Zij hebben me zeer correct behandeld en hebben gewoon hun job gedaan, maar dan moest hun chef (die al op een terras zat te pintelieren) mij toch nog eens persoonlijk zien. Hop naar dat terras dus waar ik beladen werd onder een spervuur aan vragen, maar dat werd onderbroken door majoor Delphin. Een majoor die lang in Mbujimayi gestationeerd was en die mij van daar kende. Zijn hartelijke begroeting legde de chef van de DGM onmiddelijk het zwijgen op :-D En wat meer was, die majoor bood mij ook een kamer aan in het sjiekste hotel van de stad. En het was nog niet gedaan want hij stelde mij voor aan de kolonel van de militaire politie die op doorreis was naar Mbujimayi. Deze laatse bood mij een plaats aan in zijn wagen zodat ik in alle comfort naar mijn thuishaven kon terugkeren. Zijn aanwezigheid zorgde er ook voor dat ik onderweg begroet werd door elke mogelijke militair of agent ipv dat ze probeerden hun salaris bij mij te vinden.

Ik ben dus nu terug in Mbujimayi en blijf hier ongeveer een week alvorens mijn reis met de moto voort te zetten. Er moeten nog een paar aanpassingen aan mijn moto gebeuren, morgen zet ik ook mijn reparatielessen voort bij mijn mechaniciens hier en dan nog een afscheidstournee bij al mijn vrienden hier in de stad.

1 opmerking:

  1. Dag Jonas,
    Ik had je eerder al gemaild toen je nog in Mbuji Mayi zat, ik ben ben namelijk bij de zusters van Lukalenge op bezoek geweest en had je aangeraden om daar eens langs te gaan. Maar ondertussen is er een andere link opgedoken denk ik; als ik me niet vergis met je profielfoto heb je in de Tervuursestraat in Leuven op kot gezeten met o.a.je broer en... mezelf! Ik ben Katrien die filosofie studeerde toen. Klopt het? Ik werk nu voor Broederlijk Delen. Alleszins veel succes nog met je reis en ik ga je blog eens rustig lezen want nieuws uit Congo is toch altijd fijn.

    groetjes,

    Katrien

    BeantwoordenVerwijderen