donderdag 25 juni 2009

Gefaald :(

Ik ben nu bijna een week in Kinshasa dus hoog tijd om even te laten weten hoe ik hier ben geraakt. Jammer genoeg ben ik hier niet geraakt zoals gepland, maar dat lees je hieronder wel.






Na 2 weken in Mbujimayi wat onderhouds en reparatielessen te nemen was ik eindelijk klaar om te vertrekken. Veel te vroeg maar klaar voor de weg die ging komen of dat dacht ik toch. Beladen met reserveonderdelen, benzine, water en mijn normale bagage. Een beetje aanpassen maar na een paar kilometer was ik er al aan gewend. Een dikke 200km zand wreten en een prachtig landschap lagen voor mij.



Na 8 kilometer kom je dan de grenspost in Mbuimayi tegen. De man van DGM vroeg me eens geod uit, was geinteresseerd in mijn papieren maar voor hem was alles in orde. Hij bood me zelfs een thee aan, en dat kon ik niet weigeren natuurlijk. Na 20 minuten met hem gebabbeld te hebben zach ik ineens dat er houtskool werd aangerukt. De korte theepauze zou dus nog even duren, maar geen nood, ik had tijd genoeg. Ik was immers om 7u vertrokken voor een rit die in ideale omstandigheden 6 a 7u zou duren. Beetje relaxen alvorens door te zetten.



Dit beeld werd algauw een vertrouwd gezicht. Het begon allemaal na 20 kilometer. Het probleem met het droogseizoen is dat grote stukken van de weg zijn omgetoverd tot los zand dat verdacht veel weg heeft van een strand. Met 4 wielen vormt dit geen probleem, het levert zelfs een comfortabele rit op, maar als je op 2 wielen bent, dan is dat een beetje anders. In los zand moet je snel genoeg rijden, de gas erin houden en je niets aantrekken van wat je voorwiel doet. Onbeladen begin ik al redelijjk bedreven in te geraken na 7 maanden rond te toeren in Mbujimayi maar met al mijn bagage was er een extra moeilijkheid. Door al het extra gewicht kon ik mijn moto niet meer corrigeren met mijn lichaam vanaf hij een bepaalde hellingshoek overschreed. Met los zand is dat niet te vermijden en dus was ik veroordeeld om te rijden zoals een kind dat net leert te fietsen met mijn voeten aan de grond, meelopend met mijn moto.


Na een 20 tal kilometer liep het dan de eerste keer fout. Een plotse en onverwachte strook van los zand bracht mij te val. Je valt lekker zacht, dat is niet het probleem. Maar ramp o ramp, ik brak mijn ontkoppelingshendel en ik had geen reserve gevonden in Mbujimayi. Gelukkig was daar de magische powertape en met wat ingenieuze omwentelinge, was ik klaar om voort te zetten. 30 kilometer verder ben ik dan de eerste mecanicien tegengekomen en gelukkig voor mij had hij dezelfde moto. Hij was zelfs voor een zacht prijsje bereid zijn eigen ontkoppelingshendel op te geven. Super!! Daar heb ik ook vastgesteld dat mijn bagagerek het gewicht toch niet zo goed kon verdragen, dus heb ik wat uitgedeeld en de rest van mijn bagage meer naar voren gebracht.


Na een eerste lekke band te hebben gehad kwam ik een stel agenten tegen die waren gestrand zonder benzine. Onder bedreiging van hun kalsjnikovs eisten ze een biddon benzine op. Omdat dit voor mij ook een zeer kostbaar goedje was, ben ik er na een beetje bedelen vanafgekomen met anderhalve liter. Ze waren toch niet zo slecht.

De eerste dag kwam op zijn einde en ik had enkel 65km afgelegd. De zon begon onder te gaan dus werd het tijd om een slaapplaats te zoeken. Je probeert dan de dorpschef te vinden en hem vraag je dan toelating om in zijn dorp te overnachten. In het eerste dorp had ik al prijs. Hij had geen plaats in zijn hut, maar dat was niet erg, want voor zulke gevallen heb ik mijn hangmat meegenomen. Niet enkel mocht ik overnachten in zijn dorp, ik kreeg ook een bord foufou en een blik sardientjes voorgeschoteld. Wat een feest!!


Onder het maanlicht werd er dan wat weggefilosofeerd met de dorpsouderen alvorens ik mijn hangmat in kroop. Tijdens de nacht werd ik opeens gewekt door iets dat op het dak van mijn hangmat was gevallen. Ik stak mijn pillicht aan en daar was de schaduw van een slang. lang kon die haar evenwicht niet behouden en ze viel op de grond. Gelukkig is mijn hangmùat voorzien voor tropische regios en de diertjes die daarbij horen. Een meter boven hing ik dan ook redelijk veilig van wat volgens mij een soort wurgslang moest geweest zijn.


bij het krieken van de dag heb ik dan de dorpschef bedankt voor zijn gastvrijheid met wat zeep, suiker en zout en begon ik aan de trip naar kananga. Een half uur later liet mijn moto het afweten. De bougie vervangen en ik kon de weg voort zetten. Lang heeft dat niet geduurd want na slechts 15km te hebben gereden, weigerde hij weer dienst. Deze keer kon ik niet direkt zelf het probleem opsporen dus kon ik op zoek gaan naar iemand met meer kennis ter zake. Bleek dat mijn bobbijn het had begegeven, maar een beetje briccoleren kon dat wel oplossen. 4u later kon ik dan mijn weg voort zetten. Weer een kapotte band en een gebroken ketting maar toch nog 25km er kunnen aan toevoegen. Deze keer was ik beland in Mukamba en mijn moto had het weer opgegeven. 4 uur sleutelen en de carburators uitkuisen bleek dat ze mij in Mbujimayi benzine met water hadden verpatst. Tegen dat mijn moto terug in beweging kwam, was de zon al onder en ben ik weer bij de dorpschef terechtgekomen. Ook nu mocht ik zonder probleem blijven overnachten. Ik kreeg zelfs een plaats in zijn eigen salon toegewezen.


Dag 3 bracht niet veel nieuws. Elk politiepost wou een centje alvorens ik mocht passeren ik heb mijn versnellingsdoos kapotgereden en de obligate platte band was er weer. Wederom bestond de dag uit slechts 2u echt rijden en 8u sleutelen aan mijne moto. savonds was ik dus nog altijd niet aangekomen in kananga. Ik was wel al 150km van Mbujimayi verwijdert, dat was toch ook al iets. Terug mogen genieten van de gastvrijheid van de congolezen onderweg.




Deze kerel, Sherrif, was dezelfde dag als ik te voet vertrokken in Mbujimayi. Omdat ik zoveel mechanische pech heb gehad, waren we telkens savonds op dezelfde plaats toegekomen. Hij heeft me ook vaak bijgestaan bij het sleutelen, ik dacht dat ik aan hem een vriend had gevonden, maar dat zou anders blijken.


Dag 4 begon goed, maar na 20 minuten gaf mijn moto weer de geest. Een uurtje later kwam Sherrif toe en we beslisten dat hij mij ging voort helpen, maar dat we dan mijn bagage anders gingen arrangeren zodat we met 2 op de moto konden zitten. een uurtje sleutelen en hij beweerde dat de bougie er aan was voor de moeite. Dat zou dan al de 4e bougie zijn op slechts 150km en meer reserve bougies had ik niet. Ik liet dus mijn moto bij hem en begon te voet op zoek te gaan naar een bougie. Na 3 en een half uur was ik terug bij Sherrif toegekomen, maar jammer genoeg was de bougie niet de oplossing. het moest iets anders zijn, maar we konden het maar niet vinden. De dichtsbijzijnde mechaniekers waren ook nog minstens 20km verder en onderdelen waren enkel in Kananga te verkrijgen en dat was nog 50km.





En dan kwam de redding. vanuit het niets was daar ineens een pick-up truck van de Office des routes. Zij waren verbaasd een vreemdeling te zien op dit stuk van de weg en waren dan ook geinteresseerd wat mijn beweegredenen waren. Een van de passagiers was de directeur van kasai van de office des routes. hij had medelijden met mij en bood me een rit naar kananga aan in zijn wagen. na nog een beetje meer met hem gebabbeld te hebben, was hij zelfs bereid om zijn lading achter te laten en mijn moto te transporteren in de laadbak. Helden bestaan nog in de wereld!!



De directeur, Raoul, bood mij een plaats aan bij de nieuw-apostelen. het was een diepgelovige mens die dacht dat hij gezonden was door God om mij tegen te komen op de weg. Wat hij dacht, was niet belangrijk, ik kan hem enkel maar dankbaar zijn voor wat hij gedaan heeft. Hij boodt me zezelfs een maaltijd aan voor elke aanvond dat ik in Kananga ging verblijven. Super! We waren het er ook over eens dat Sherrif een geweldige kerel was en hij beloofde mij om hem een job aan te bieden. het waren zulke mannen dat hij zocht zei hij.


ik ben dus niet in kananga toegekomen met de moto maar met een pcik-up truck. Vele technische problemen hebben er ook voor gezorgd dat het geen rit van 6a7u was, maar 4 dagen en had ik Raoul niet tegengekomen, dan waren er zeker nog dagen bijgekomen. 160km op de wegen in Kasai hebben mijn geleifde Tonda ook niet onberoerd gelaten:

- gebroken ketting

- 3 lekke banden

- 4 kapotte bougies

- ontkoppelingshendel gesneuveld

- bobbijn naar de vaantjes

- vele kleine electronische pannes

- versnellingsbak kapot

- ....


De eerste dag in Kananga heb ik dan samen met een lokale mechanieker mijn moto terug in orde gebracht. na hem nogmaals helemaal uit elkaar te halen heb ik ook gemerkt dat er meer en meer vijzen het aan het begeven waren en dat zelfs het kader tekenen van scheeftrekkerij vertoonde. Mijn Tonda was ook zeer snel aan het oververhitten dus kon ik slechts een half uur rijden alvorens ik hem anderhalf uur rust moest geven om de motor af te laten koelen. Als ik wou voortzetten met de moto , dan zou het tegen een zeer traag tempo zijn met een grote kans op oververhitting. Komt daarbij dat er tussen Kananga en Tshikapa (250km) en tussen Tshikapa en Kikwit (450km) geen onderdelen te vinden zijn en een panne betekent dat je kan gaan wandelen want er is absoluut niet veel verkeer. Om je een idee te geven, het stuk tussen Mbujimayi en Kananga is veel drukker en op 4 dagen ben ik 3 motards tegengekomen en 1 vrachtwagen die langs de kant van de weg in pan stond. Bij een panne liften naar de dichtsbijzijnde stad zit er dus niet in.
Raoul waarschuwde mij ook dat het stuk naar Tshikapa niet zonder risico was. Er waren meldingen van bendes en als motard ben je een gemakkelijk doelwit. De ratio heeft de bovenhand gekregen en met spijt in het hart heb ik mijn plan om over land naar kinshasa te reizen moeten afblazen. Veiligheidsoverwegingen, tijd, geldgebrek om mijn moto gaande te houden, ... maakten dat het een dwaas idee was. Het was echter leuk om het stukje tot n kananga te rijden en ik heb er zeker geen spijt van.
Ik ben dan zo snel mogelijk op zoek gegaan naar een koper voor mijn moto en de reserveonderdelen die ik nog had. zaterdagochtend heb ik die gevonden. 20minuten na de verkoop stond ik op de luchthaven en daar kwam nog een verrassing. Ineens stod daar Sherrif, de man die mij onderweg af en toe geholpen heeft en waarvan ik dacht dat het een vriend geworden was. Hij zei dat ik hem nog moest betalen voor bewezen diensten. Een beetje vreemd want ik heb nooit achter zijn diensten gevraagd en ik heb hem bedankt met etenswaren, kleren, geld voor eten onderweg, een rit in de wagen van Raoul voor de laatste 50km en nog wat spullen die ik kon missen. Omdat het een vriend was, was ik wel bereid om de onkosten die hij had gemaakt om tot op de luchthaven te geraken te vergoeden, maar meer zat er niet in. Hij smeekte nog, maar ik heb hem afgewimpeld.
Tijdens het inchecken van mijn bagage kwam de politiecommisaris van de luchthaven naar mij. Hij beval me hem te volgen naar zijn bureau want er was een onderzoek lopende tegen mij. Die vermeende vriend Sherrif was me gaan aangeven op het politiebureel. Zonder enig bewijs en totaal uit de lucht gegrepen beweerde hij dat ik hem nog 50 dollar moest. Daarbovenop vroeg de politiecommisaris ook nog eens 50dollar voor het onderzoek. Allemaal op een volledig slecht gelegen moment want 20min later ging mijn vliegtuig opstijgen en ik moest nog langs de migratiedienst passeren. Die tijdsdruk hebben ze natuurlijk mooi kunnen uitbuiten en na wat discussie mocht ik uiteindelijk 20dollar armer het pand verlaten. Als ik geen vliegtuig te halen had, dan had ik er zeker voor kunnen zorgen om niets te betalen maar nu had ik de keuze tussen 20 dollar chantagegeld of 190dollar van een vlucht.
Soms begrijp ik die congolezen toch niet hoor. Die Sherrif had dankzij mij een mooi jobke gekregen bij de office des routes en zijn toekomst was verzekerd als persoonlijke vriend van de directeur maar nu koos hij voor 5 dollar winst op de dag dat ik een vlucht nam. Die job kan hij natuurlijk op zijn buik schrijven en hij kan vrees ik ook tis eender welke job bij een overheidsdienst in Kasai (oost en west) ook maar vergeten want Raoul had zijn actie ook niet geapprecieerd.
De vlucht naar Kinshasa is zonder problemen verlopen. De airhostessen hadden wel moeite om de maaltijd te bedienen en af te ruimen binnen de tijd wat ervoor zorgde dat ze tijdens de landing nog vollop bezig waren en de piloten werden tijdens de vlucht doodleuk op een pintje bedient. Maar dat verbaasd me allemaal al niet meer in Congo. Vanop de luchthaven heb ik een lift gekregen van een italiaanse bisschop die op bezoek was in Congo, tof!
Kinshasa is nog niet verandert sinds de vorige keer dat ik hier was Het is leuk om alle vrienden terug te zien en het blijft een paradijs van etenswaren die ik in het binnenland niet kan vinden. Ik kon weer genieten van de gastvrijheid van Michael en om hem te bedanken heb ik naar aloude traditie zijn apartement nog eens onder water gezet. Die verdomde kraan van het wasmachien weer. Morgen neem ik de bus naar Matadi. Daar verblijf ik in het huis van de eigenaar van de busmaatschappij, geweldig fijne mens die 20 jaar in Huit heeft gewoond. Matadi word de uitvalsbasis om Bas-Congo te bezoeken. en binnen een 10tal dagen sta ik dan terug in Kinshasa om zo snel mogelijk een boot te nemen naar Kisangani.
Salodder
Jonas

Geen opmerkingen:

Een reactie posten