vrijdag 20 november 2009

Kiekjes






De achtermuur van de kerk die door een vulkaanuitbarsting is weggevaagd in Goma.















Een lava-veld op de achtergrond.

















Vissersbootjes in Bukavu juist voor ik het meer ging onveilig maken met een zwempartij.














Ik ben de echte toerist gaan uithangen met samen met wat gorilla tieners.
















Een koninklijk stulpje in Rwanda.

















De busparking van kampala/Oeganda.

















Stevige koebeesten dat ze hier hebben.















Een koppel neushoorns die ik tegenkwam bij een wandeling in den tuin.














Buffels aan het baden.
















De Murchisson's watervallen.


















Mama Baviaan met hare klein op schok.















Ook nijlpaarden maken al eens ambras. Kijk maar naar deze kerel zijn bil.













Hoezo het is moeilijk om leeuwen van dichtbij te spotten?
















Een foto die ik niet ertussen kon krijgen maar ik wou hem jullie niet onthouden.


















Groeten vanuit Kampala

donderdag 19 november 2009

van de Congo-rivier tot de bergen van de maan

Imk zit nu in Kampala/Oeganda maar de laatste keer dat ik jullie schreef was vanuit Kisangani/RDC ergens half september. Nu zovele weken later is er weer heel wat gebeurd en dus meer dan hoog tijd om de geinteresseerden onder jullie op de hoogte te brengen. Ik heb ondertussen sneeuw gezien, in een helikopter en bootjes gezeten,gorilla's, leeuwen, olifanten en giraffen van dichtbij gezien, veel toffe mensen tegengekomen, enzovoort. Maar we zaten dus in Kisangani na een boottochtje van 43 dagen op de Congo-stroom.

De eerste week heb ik daar de luxe van een hotel mogen proeven dankzij Tash, de australische vrouw die ik op het vlot ben tegengekomen. Maar na een week moest ik er zelf voor opdraaien dus ging ik zoals gewoonlijk op zoek via de NGO's die ik kende, de scouts, kenissen van mensen die ik onderweg ben tegengekomen,... naar 2 vierkante meter op de grond in iemand zijn huis/hut? Dat was allesinds het plan maar ik was nog maar net op pad of ik werd in de straat aangesproken bij mijn voornaam ipv het gebruikelijke Muzungu (blanke in het Swahili voor zij die nog nooit rond de afrikaanse evenaar hebben gelopen). Op zich was dat al een verassing maar het bleek een congolese juffrouw te zijn die ik een half jaar voordien in Kinshasa was tegengekomen. Zij was dan ook verbaasd om mij in de straten van Kisangani te zien rondlopen. Ze stond er op dat ik haar vrienden ging ontmoeten en een van hen bood mij direkt een bed aan. Dat was weer vlot gegaan.

Ik wou maar enkele dagen extra in de stad blijven maar zoals dat hoort in Afrika is dat uitgedraaid op een week. Ik had namelijk een missie. Iemand die in Congo had gewoond tussen 1946-1949 had mij gevraagd om zijn ouderlijk huis daar te proberen op te sporen. Het was gelegen in Wani Rukula op een boogscheut (60km, die mannen hier weten nog hoe ze met een boog moeten omgaan) van Kisangani. Het heeft wat moeite gekost om een taximoto van mijn goede bedoelingen te overtuigen zant ze denken er allemaal dat de oude huizen vol goud en diamant steken die achtergelaten zijn toen de kolonialen moesten vluchten. Daar is natuurlijk niet veel van aan maar hardnekkige geruchten zijn nu eenmaal moeilijk uit de werteld te helpen. Ook in het dorpje zelf was het niet evident om aan de hand van 50jaar oude foto's een huis terug op te sporen, maar het is me gelukt! Daarna was het enigste wat mij nog te doen stond een bezoekje te brengen aan Wagenia vissers en gelijknamige waterval. De topattractie van Kisangani.

Op een mooie zaterdag was het dan toch tijd geworden om mijn pad voort te zetten naar het oosten. Ik had al snel de ideale vrachtzagen gevonden, want dat is het congolese equivalent van een touringcar, die de juiste richting uitging en die dan ook nog eens op een schappelijk uur ging vertrekken. Ik had ook de sjans dat de chauffeur er op stond dat ik een plaats in de cabine innam, niet zozeer om luxueuzer te zitten maar veeleer om voorbereid te zijn op de zware regenval die in de lucht hing. Zoals ik had verwacht waren er enkele uurtjes vertraging, maar dat was geen erg. Zo had ik de kans om uitgebreid afscheid te nemen van al mijn vrienden die ik in Kisangani had gemaakt. Tegen valavond verlieten we dan eindelijk de stad op de weg richting Bunia. De vreugde van het vertrek was van korte duur want reeds een half uurtje later moesten we halt houden in aan de stadsgrens. De politie wou een controle doen op het transport van wapens maar de bevoegde agent was er niet en ging pas tegen de ochtend terug zijn. Er zat dan ook niets anders op dan te wachten tot de volgende ochtend. Toen heb ik gemerkt dat, moesten vrachtzagenfabrikanten de versnellingspook weglaten, zo'n cabine nog wel praktisch is om een paar uurtjes te slapen. 's ochtends konden we na een zeer oppervlakkige controle dan toch onze weg verder zetten. Ik was blij dat ik in de cabine zat want de rit werd geteisterd door hevige regenbuien zoals die enkel in tropische gebieden voorkomen. Wat me wel opviel was dat de weg in zeer schappelijke staat was naar Congolese normen. veel beter dat wat ik gewoon was. Uiteindelijk was het half 3 snachts toen ik bij de rangerpost van het okapi-park van Epulu toekwam.

Er werd mij door een vriendelijke ranger die ik uit wijjn slaap had gehaald een hutje aan het water toegewezen waar ik mijn hangmat kon ophangen. Lekker relaxed met het geluid van stroomversnellingen heb ik dan mijn plicht gedaan en enkele uurtjes geslapen tot ik werd gewekt door een ranger in de ochten die niet op de hoogte was gebracht van mijn komst. Geen nood, het misverstand werd al snel opgeklaard en na een frisse duik in de rivier kon ik de okapi's eens bezoeken, want dat was tenslotte waar ik voor gekomen was. De bewakers waren zeer vriendelij en ze konden er uren vol passie over vertellen, echt een aanrader. Omdat er in de buurt een Pygmee-kamp was die bereid waren om toeschouwers te ontvangen heb ik er maar ineens gebruik van gemaakt om een aantal dagen met hun door te brengen. Het was zeer interessant om hun gebruiken eens van nabij te bekijken en te ervaren. 2 dagen heb ik met hun opgetrokken en in die tijd heb ik onder andere een paar traditionele gerehten leren maken, op jacht geweest met hun, en uren rond het kampvuur gezeten. Maar het hoogtepunt van mijn bezoek daar was de ontmoeting met de bosolifanten. Dat zat zo: toen ik op jacht wa wees de parkwachter er mij op dat we sporen van olifantjes tegenkwamen. Als we geluk hadden dan was hun drinkplaats niet ver verwijdert en hij had nog gelijk ook. Hij stelde voor om sanderendaags, zeer vroeg in de ochtend, in de buurt van de drinkplaats uit de wind te gaan zitten en met een beetje sjans zouden we dan wat olifantjes zien paraderen. Zo gezegd, zo gedaan maar het waren afrikaanse olifantjes volgens mij want ze lieten 2u en half op zich wachten. Maar het was wel prachtig om en moeder met haar jong door het bos te zien tsjollen. Dat was het dan voor mijn bewoekje aan de pygmeeen en het okapi-park, ik moest dringend mijn weg voort zetten naar Beni want ik had nog een lang traject te gaan. Ik heb dan snel nijn kamp opgebroken en ben dan aan de bushalte gaan wachten (lees langs de kant van de weg hopen op een vrachtzagen die passeert en de goede richting uit moet). Maar zoals altijd liet het geluk mij niet in de steek en na een uurtje had ik mijn vervoer al beet. Het was ideaal want de laadbak was leeg zodat het gemakkelijk was om een comfortabel zitplaatsje te versieren.

Opnieuw verbaasde de toestand van de weg mij. Het duurde dan ook niet lang vooraleer ik in Mambassa aankwam. Daar had ik een klein oponthoud met de lokale geheime dienst en de migratiedienst, kon ik een portie apenootjes als avondmaal inslaan en zette ik de weg voort naar Bunia. Maar groot was mijn verbazing toen wij nog geen uurtje later halt hielden voor een brug. Het was pas 19u en normaal rijden ze in congo door tot de vroege ochtend maar nu dus niet. Wat bleek, de brug was een paar jaar geleden ingestort en ze hebben die dan opnieuw gebouwd (meer info over de brug). Ze was zelfs al volledig af en gebruiksklaar enkel was ze nog niet officieel geopend door een notabele. Jammer genoeg had diene mens het te druk met zijn maitressen en liet de opening van d brug dus op zich wachten. De nacht heb ik dan maar doorgebracht in de open laadbak van de vrachtwagen. Maar zoals altijd had ik het geluk dat er geen regen uit de lucht is gevallen en was de nacht eigenlijk zo voorbij. De volgende dag konden we dan met een houten vlot dat als veerboot diende de overkant van de rivier bereiken en onze weg voort zetten naar Bunia. Van Bunia ging het dan met een andere vrachtwagen richting Beni wat mijn bestemming was, dus dat was ne meevaller. Daar heb ik onderdak gevonden bij Mojo, directeur van de office national du cafe van Beni, en zijn familie. Zeer vriendelijke en gastvrije kerel. Maar dat dachten ze van mij ook ;-)

Beni was op zich maar een stopplaats voor een nacht want de bedoeling was om naar Mutwanga te gaan en het Rwenzori gebergte te beklimmen. Na een korte nacht kroop ik dus op een moto richting de voet van het maangebergte samen met Eddy, een congolese agronoom die op een vanille-plantage werkte aldaar en die mijn beste vriend voor de komende dagen ging worden. Toen ik op het bureau van ICCN (Institut Congolais de Concervation de Nature) kwam, wisten ze mij te vertellen dat ik de eerste buitenlander was in 2009 die omhoog wou gaan. Vreemd want het was toch al half oktober ondertussen. Maar mijn voordeel was dat ik die situatie kon uitbuiten om een gunsttarief te bekomen want het blijft natuurlijk Congo en alle prijzen zijn bediscusieerbaar. Al het papierwerk in orde gebracht en dan snel inkopen gedaan om wat proviand te hebben en ik kon vertrekken.

Het echte vertrek van de bergwandeling is vanuit Mutsora. Je krijgt dan verplicht het gezelschap van een gewapende gids die zogezegd voor je veiligheid meegaat maar vooral voor zijn eigen portemonnee. mutsora ligt op 1500m hoogte en na 200m klimmen kom je bij het kamp van de gidsen terecht. Die mannen hebben een prachtig uitzicht over de vallei en dankzij de europese unie ook een mooi bakstenen huis dan ver boven het gemiddelde van Congo uitstijgt. Na een korte pauze begin je dan aan de eigenlijke klim van de eerste dag tot een houten blokhut op 2200m. De dagen nadien blijft het dagschenma hetzelfde: je staat verschrikkelijk vroeg op, neemt een ontbijt en begint aan de wandeling zodat je tegen de middag in de volgende hut aankomt. Daar steek je de open haard aan en droog je je kleren en warm je lijf en leden op. Met een beetje sjans kan je dan na de namiddagregens ergens in de buurt van de hut een mooi vergezicht scoren. De enigste verandering is dag 4 waar je, als je niet geveld wordt door hoogteziekte want je bent tenslotte al op 4200m, via een stel stalen kabels naar de voet van de gletsjer kunt gaan. Ik konhet neit laten en wou daar dus ook omhoog om echt op de top van piek Margheritta te staan. Prachtig was het daar op meer dan 5000m. De derde hoogste top van Afrika. En wat het nog specialer maakt is dat het een week rust en afzondering is met enkel jij en de gids want in tegenstlelling tot de Kilimajaro is er geen wachtrij om naar boven te gaan. Het was een van mijn hoogtepunten van mijn Congo-trip!! Een aanrader voor iedereen die in oost-congo verzeild geraakt en ik zeg dat niet omdat ik dat beloofd had in ruil voor een korting wat reklame te maken. ;-)

De rest volgt zo snel mogelijk.