De laatste keer dat ik jullie berichtte was vanuit de luxe van een hotel in Muanda. Zowat het meest westelijke dorp de naam waardig in Congo RDC. Nu ben ik al terug in Kinshasa, maar de terugweg was zeer interessant!! Ik heb het telkens in kleine etappes gedaan om zoveel mogelijk te kunnen zien van Bas Congo.
Deze keer ben ik niet met de speedboot teruggekeerd vanuit Muanda naar Boma maar met de boot die het onderhoud van de boeien doet. Lekker relaxed, 4 uurtjes varen stroomopwaards. En onderweg werd ik getrakteerd op een portie verse vis die heerlijk gegrilled was. Wat een feest!
Eens in Boma heb ik al de interessante plekjes van de stad eens aangedaan:
- de Baobab waar Stanley overnacht zou hebben
- het eerste gouverneursgebouw van Congo
- een monument voor het eerste militaiure kamp
- het huis van Kasa-vubu
- de eerste auto's van Congo
- het hospitaal croix-rouge
- de school IBEM
- het eerste kerkje en de kathedraal
- het kerkhof van de pioniers
-....
Interessant en leuk om eens te zien. Het was ook prachtig weer wat het een leuke wandeling door de stad maakte.
Na Boma heb ik koers gezet naar het WWF natuurreservaat van Luki. Vanuit Boma was het een half uurtje rijden vanachter op een vrachtwagen en dan werd ik aan een zandweg gedropt. 7km wandelen naar het basecamp van het reservaat en het was verdomt heet toen. Maar op zich was die wandeling al wel mooi. Aangekomen heb ik eerst 2uur gewacht op de chef want doordat ik een verkeerd telefoonnummer had kon ik ze niet verwittigen van mijn komst. De eerste dag een korte rondleiding met wat uitleg over het doel van het natuurreservaat. Allemaal zeer interessant maar ik moest er vroeg in om klaar te zijn voor de volgende dag. Dan stond er namenlijk een stevige wandeling door het 'oerwoud' op het programma. 8uur gewandeld langs rijstvelden, cacaoplantages, koffiebonen, uitzonderlijke planten, maar vooral heel veel insecten en bomen. Met een machete ging mijn gids mij voor en dat was meer dan nodig om door de begroeiing te geraken. Na Luki heb ik terug koers gezet naar Matadi en mijn vrienden Noko en Kamba aldaar.
Na een paar dagen rust in matadi en een bezoekje aan de plekjes die ik nog niet ontdekt had, zette ik koers naar Kwuli Ngongo. Daar wachte een vriend van Noko mij op, een seminarist bij de naam Abé Daddy. Zeer vriendelijke mens die dankzij zijn connecties bij de suikerfabriek mij direkt eenbezoekje kon versieren. 5uur lang heb ik heel het proces van suikerriet tot geraffineerde suiker doorlopen met een ingenieur als persoonlijke gids. Kheb er veel bijgeleerd en het was impressionant. Moest ge ooit in de buurt zijn, is dat zeker de moeite! Van de suikerfabriek heb ik ook een wagen mogen lenen om naar een grot te gaan kijken. Een paar pinten voor de lokale dorpschef ik met een pirogue een tochtje gemaakt. Heel idillisch allemaal.
Van Kwuli Ngongo ging het naar Mbanza Ngungu om de beruchte grot met de blinde vissen ne keer te verkennen. Er zijn 2 grotten, eentje die gewoon imens groot is en naar het schijnt een gangenstelsen van ettelijke honderden kilometers heeft, en een andere die wat mooier van natuurpracht is en die dus de blinde vissen bevat. Het zou de enigste plaats ter wereld zijn met die soort vissen en herhaaldelijke pogingen om ze buiten de grot te kweken zijn mislukt. Eigenlijk valt er niet veel aan te zien aan die vissen, maar de grot was wel mooi. Moest je ooit moeten kiezen om een van de 3 grotten te bezoeken, dan vind ik die van Kwuli Ngongo het meest de moeite waard.
Na Mbanza Gungu naar Kisantu dat wereldberoemd is in Congo voor haar Botansche tuin. Op het hoogtepunt was het een van de belangrijkste tuinen ter wereld met, al naargelang de bron, 3000 à 5000 verschillende planten, bloemen, bomen, kruiden,... Jammer genoeg hebben de vele onrustige periodes in de congolese geschiedenis ervoor gezorgd dat al wat kon verwijdert worden, ook verwijdert is om te verpatsen. Het blijft een prachtig park dat stilaan terug beetje bij beetje wat van haar oude glorie terugwint. Leuk om eens door te wandelen. In Kisantu zelf valt er voor de rest niet zoveel te beleven. Er is naar het schijnt een kathedraal, maar die heb ik om een onbegrijpbare reden gemist. Wel heb ik een bezoekje gebracht aan het groot seminarie op zo'n 20km van het stadscentrum. Zeer mooi gebouw, dat zal je wel op de foto's zien die ik later wel eens post.
En dan kwam het laatste plekje dat ik wou zien in Bas-Congo, maar ook een van de meest indrukwekkende. De watervallen van Zongo. Van Kisantu ben ik gelift met vrachtwagens en gewone wagens tot een zandweg die nog 50km doorliep tot aan de watervallen. Gelukkig had ik het zo gepland dat het een zaterdag was ik het droogseizoen en ik gokte dat er wel mensen vanuit Kinshasa afzakten om het weekend aan de watervallen door tebrengen. En ik had gelijk. Na een dik uurtje wandelen kwamen er 2 wagens van de VN aan. Toffe mensen die mij niet alleen een lift aanboden, maar in ruil voor mijn reisverhalen ook uitnodigden op hun BBQ! Het werd een weekend vol lekkernijen die ik al lang niet meer ben tegengekomen. Waarvoor dank!! De watervallen zelf zijn ook heel spectaculair. Doordat er recht tegenover een helling licht, stijgt al de mist die van de waterval komt op en is het een gigantische natuurlijke douche. Prachtig!
Nu ben ik terug in Kinshasa sinds zondag-avond en ik ben bij Michael, mijne vaste gastheer, zowaar de eerste toeristen tegengekomen sinds september! Deze avond trek ik naar het feestje op de belgische ambassade (laten we hopen dat er duvel is ;-) ) en binnen een week ofzo stap ik op een boot of een vlot richting Kisangani.
Ik zal mijn best doen om een van de volgende dagen de foto's eens online te zwieren.
Het best ginder en geniet van de Belgische zomer!